Archief: 12 december 2016

Stop met Beoordelingen

Afgelopen weekend las ik een stuk van Roland de Bruijn (link) waarin hij net zoals ik tegen een berg op zie die Beoordelingsronde heet. Afgelopen dagen ben ik het prachtige Talent2grow vragen aan het beantwoorden waarin ik wel een paar keer zwaar over heb nagedacht. Wat bedoel ik er nou mee en hoe moet ik dit op papier uitleggen. Ik ben net zoals Roland het eens met zijn stelling dat wij onze medewerkers niet motiveren met deze gesprekken:

homoeconomicusDe eerste manager al weer horen zuchten ‘de beoordelingsgesprekken komen er weer aan’. Onder de frustratie ligt een behoefte aan verbinding en resultaat. Als er iets is wat het traditionele top-down beoordelingsgesprek niet oplevert is het verbinding en resultaat. De meeste beoordelingsmethoden die nu nog gebruikt worden zijn gebaseerd op het organiseren van mensen in modellen van de productieorganisatie en niet op bijvoorbeeld de dienstenorganisatie. Deze klassieke manier van denken maakt de mens ondergeschikt aan het systeem (de homo-economicus) vandaar het top-down gesprek, dat vaak als zeer onbevredigend ervaren wordt. Onze reactie op de zucht was: ‘als het je tijd en energie kost en het levert niets positiefs op, stop er dan gewoon mee’. Dit ongevraagde advies riep de nodige weerstand op en was natuurlijk lekker makkelijk praten en geen oplossing. Echter na een paar keer Waarom? of Waarom niet? ontstond er ruimte in het hoofd van deze leidinggevende en concludeerde hij: ‘als het paard dood is, kun je beter afstappen’. Toon lef en stop met al het gedoe rondom functioneren en beoordelen vanuit het top-down model. Je bent in goed gezelschap van bedrijven als Microsoft, Medtronic, Deloitte en Soundcloud. Ga het gesprek aan om de frustratie van jou en je medewerkers bespreekbaar te maken.

Het zit hem in die laatste zin. Maak frustratie bespreekbaar en je hebt een medewerker die beter om kan gaan met de situatie om hem/haar uiteindelijk een goed gevoel aan over te houden. Goed gevoel is dan met plezier je werk doen, wat uiteindelijk leidt naar gemotiveerde werknemers, loyaal aan de baas en resultaat wat alleen maar beter wordt. Een van de aspecten die Roland benoemt is de koppeling met het beloningscomponent. Zolang deze link er ligt tussen beoordelen en betalen zal een medewerker nooit open in gesprek gaan over zijn beperkingen of functioneren. Dus ga Wandelen, Breng de talenten van de medewerkers in kaart en zadel hen niet op met een jaardoel wetende dat hun bereik niet verder ligt dan twee à drie weken.

Nu nog dit voorstellen bij mijn leidinggevende …..


Het Biegstraatenboek

Op verzoek van Frans Biegstraaten een bericht over  De geschiedenis van de familie (Van der) Biestraten, De la Bistrate, De Labistrate en Biegstra(a)ten. Eind 2016 of begin 2017 verschijnt een boek met een uitvoerige genealogie Van der Biestraten. Het boek is geschreven door Ger Matthee (die een Biestrate oma had) en drs. Ton Reniers. Zij hebben jarenlang onderzoek gedaan naar de familie, zowel in binnen- als buitenland. Twee jaar geleden benaderden zij mij om te vragen naar informatie over onze tak van de familie. Ik heb een bijdrage aan het boek geleverd door de mij bekende gegevens over de genealogie van onze Leidse tak te leveren (uitsluitend met niet meer levende personen). Ook heb ik een bijdrage geleverd door de vele familiewapens heraldisch te beschrijven.
Het boek bevat bijna 500 pagina’s met veel, zeer interessante historische informatie over onze Biegstraaten-voorouders en hun familie. Een korte samenvatting van de familiegeschiedenis die in het boek wordt beschreven volgt hieronder. De familienaam verwijst naar een nog altijd bestaande straat in Gilze, een dorp dichtbij Breda. Het oudste spoor is bijzonder: een authentieke akte uit 1297, waarin de abdis van het hoogadellijk stift Thorn en Arnoud van Biestraten als partijen optreden. Vanaf het einde van de veertiende eeuw is het mogelijk om het wel en wee van de familie van generatie tot generatie te volgen. Rond het midden van de vijftiende eeuw wonen er leden van de familie in Gilze, Dorst, Breda en Prinsenhage, maar ook in Gent (België) en Den Bosch. Het boerenbedrijf blijft de voornaamste bron van inkomsten. Een Dorstse tak ontwikkelt zich via Teteringen, Wagenberg en Zevenbergschen Hoek tot vooraanstaande kleiboeren. Helaas sterft deze tak in het derde kwart van de twintigste eeuw uit. De ook uit Dorst stammende tak Princenhage brengt schepenen, juristen, priesters en een notaris voort, terwijl de stam uit Gilze een aantal schepenen, gemeente-secretarissen en een schout kent. Ook deze takken sterven uit.

In 1502 vestigt een ongeveer veertienjarige jongeman Van der Biestraten zich met een oom en neef als handelaren in Lyon, waar hij zijn naam verfranst tot De La Bistrate. Later verhuizen ze naar Parijs, waar ze zich al snel manifesteren als ‘grootkoopman’. Als keiharde zakenmannen en handige politiek-economische strategen (een van hen gelukt het een handelscontract met de Russische tsaar af te sluiten) weten ze zich in te dringen in de op een na hoogste kringen van Parijs. Ze verdienen een fortuin en verwerven een adellijke titel. Deze tak sterft in mannelijke lijn rond 1650 uit. De broers en zusters van de genoemde jongeman verhuizen naar Brussel. Door huwelijk behoren zij al spoedig tot de ‘zeven patricische families van Brussel’, wat hun toegang geeft tot de hoogste kringen en tot lucratieve ambten. Een van de nakomelingen vestigt zich in de Franse stad Valenciennes, bekend om zijn textielhandel. Ook hij verfranst zijn naam tot De La Bistrate. Hij trouwt in tweede huwelijk met een rijke vrouw, een zuster van de bekende humanist Johannes Vivianus (ca. 1520 – 1598). Bij zijn jonge vrouw verwekt hij minstens 12 kinderen, waarvan een aantal vanwege de handel domicilie kiezen in Antwerpen, Middelburg en Amsterdam. Nazaten van de Antwerpse tak gelukt het om in 1682 in de adelstand te worden verheven. Met de wisselhandel (Antwerpen, Amsterdam) en handel in goederen en slaven op West-Indië (Middelburg) en graanhandel met de Baltische landen en Hamburg (Amsterdam) worden kapitalen verdiend. Hierdoor weten ze ook status gevende ambten te verwerven. Onderling onderhouden zij intensieve persoonlijke en zakelijke contacten. Alle takken sterven echter in de loop der zeventiende (Amsterdam), achttiende (Middelburg) of negentiende eeuw (Antwerpen) uit.

De in Brussel achtergebleven broers en zusters blijven dankzij gunstige huwelijken tot de gegoede kringen behoren. Een van hen wordt deken van een aldaar bekende rederijkerskamer. In de tweede helft van de zeventiende eeuw treedt maatschappelijk verval op, en kunnen enkele gezinnen met moeite de touwtjes aan elkaar knopen. Een van hen gaat rond 1700 zijn geluk beproeven in de textielindustrie in Leiden. Hij moet genoegen nemen met een baantje als schrobbelaar. Zijn nakomelingen werken ook in deze sector of zijn werkzaam als kleine zelfstandigen. Heten zij aanvankelijk nog Biestraten, op den duur gaan zij zich Biegstraaten noemen. Zij vormen de enige tak die tot op de dag van vandaag nog voortleeft. Onze gezamenlijke voorouder, de schrobbelaar, die vanuit Brussel naar Leiden vertrok is Franciscus Biestraten (1686-circa1750) die in leiden in 1711 huwde met Helena de Bruijn (1686-1756).

Het boek, circa 500 pagina’s, met veel illustraties, ingebonden en voorzien van een harde kaft, kost € 45,- (excl. verzendkosten). Als je belangstelling hebt voor dit boek dan moet je dat snel melden. De druk wordt binnenkort gestart en de oplage is afhankelijk van het aantal voorinschrijvingen. Wil je het boek bestellen stuur dan een mail naar .


De landloper en de manager

Afgelopen week heb ik het hilarische boek Waarom veranderen (meestal) mislukt van Martin Appelo gelezen. Een gedragspsycholoog die op een trefzekere manier even je wereld neerzet. De puber hangende op de bank wordt het amoebe gedrag verweten maar ook je collega die zegt dat hij het altijd maar druk heeft.

Stuk uit zijn boek, beetje verbouwd:

Werkstress, prioriteiten en assertiviteit.

Hoe is het? Nou ja, druk, heel erg druk. Dit krijg je meestal te horen wanneer een kennis vraagt hoe het gaat. Waar ben je dan zo druk mee:? Er is veel te doen, er zijn deadlines te halen, vergaderingen, honderd duizend mailtjes, de reorganisatie geeft ons veel extra werk. Er is een congres in het buitenland. Leuk, maar daar ben je zomaar een aantal dagen mee kwijt. De marges zijn krap, daar zit niet vel rek in, Het gaat juist om dat extra kleine beetje meer. En daarmee ben je druk, druk, druk. Stel je voor dat je morgen een hartaanval krijgt. Of dat je door die geluidsarme betonmortelwagen wordt geplet. Wie gaat jou dan missen? Als de overlijdensadvertenties bij het oud papier liggen, hoe lang duurt het voordat ze je vergeten zijn? Wie praat er volgend jaar nog over je? Je partner, je kinderen, je ouders en wat vrienden …. Dat is het wel zo’n beetje.

En stel dat je morgen ziek wordt en het blijk heel ernstig. Je raakt invalide en komt in een karretje in een drempelloos tehuis tussen de bomen. Wie roept je dan nog dat je moet gaan haasten. Mee moet doen, winst moet maken, of die klant overtuigen. Niemand. Je wordt door het park geduwd door een paar mensen die van je houden.

Waarom doe je alsof je onmisbaar bent? Heb je het echt zo druk of loop je de hele dag ‘tussendoor’ te doen. Heb je niet genoeg tijd of stel je geen prioriteiten. Waardoor laat je je leiden? Door de commando’s van je manager, de verwachting van de anderen, of door je eigen waarden? Wie zou beter in balans zijn: de landloper die leeft van de mensen die wat in zijn hoed gooien of de manager die de hele dat losse eindjes aan elkaar knoopt?

In het datacenter vindt men alles ook even belangrijk. Wij moeten ook met spoed acteren als de toegangsapplicatie het heeft begeven, en met dezelfde spoed als een deel van de internet bankieren applicatie eruit ligt, wat wel terecht is. Maar dat klopt toch niet, beide hebben dezelfde prioriteit. Of het nu aan de applicatie ligt of aan de mens, wij stellen niet de juiste prioriteit. Stel dat je iemand bent met de innerlijke balans van een zwerver, dan heb je duidelijke prioriteiten, je zegt nee als het nodig is en je maakt van je hart geen moordkuil. Dan heb je vast geen werkstress meer.stoppen

Mensen klagen over werkstress, maar het gaat in feite over iets anders, het gaat over gewoontes die zijn ingesleten. Het is de balans tussen carrière, gezondheid en een goede relatie, maar ook de sociale druk van mensen om je heen. Alleen door duidelijk te zijn, nee is ook een antwoord, keuzes te maken, kader te stellen kan je je goed voelen. Om uiteindelijk een duurzame gedragsverandering te ondergaan. Maar vrees niet, het is maar 13% die dit lukt. Dus als je geen innerlijke druk hebt om te veranderen, als je vrouw niet mee wilt doen, als je vrienden ook niet stoppen met roken, begin er dan niet aan, het maakt je allen maar ongelukkiger


Heb je naaste lief

naastelief1Zo’n twee jaar geleden kreeg ik dit geschreven briefje onder mijn ruitenwisser, ik heb daar toen een blog over geschreven: https://www.biegstraaten.nl/buurtbewoner/

Even een kleine uitleg: ik was gewisseld van werkgever en kreeg een voorloopauto mee. Op de plek waar ik woon is parkeren voor de deur niet mogelijk. Dus moet je op zoek naar een andere locatie in de straat.

Daarnaast is tegenover mijn straat een kantorenlocatie waarbij wel veel parkeerplek is, maar niet iedereen het recht heeft om zijn auto daar te parkeren, dus worden de auto’s bij ons neergezet. Ik begrijp wel de irritatie, omdat voor sommige mensen de auto heel belangrijk is.

Ruim anderhalf jaar geleden ben ik weer overgestapt naar mijn oude werkgever, ik had mijn schepen niet verbrand dus dan begint de hele cyclus opnieuw. Ook nu weer heb ik een nieuwe auto gekregen. En aangezien de plek waar ik normaal mijn autoparkeer vol onder de boomluis zit, moest ik de auto weer op een andere plek zetten. Afgelopen vrijdag zat het volgende papiertje onder mijn voorruit.

naastelief2

Ik weet niet of dit van dezelfde persoon is, maar ik moet toegeven dat de briefjes zijn geprofessionaliseerd. Nu kan je veel vragen stellen over de tekst in het briefje. Wat bedoelt de schrijver met weinig plaats voor Eigen bewoners.  Hoe vaak doe je boodschappen met de auto en kan je hem dan niet even voor de eigen deur zetten. Dat doen wij ook. En wat zou de buur bedoelen met de emoticon aan het einde. Bedoelt de buur het met een knipoog of is de buur echt kwaad. De buur had zelfs het papiertje in een plastic zakje gedaan zodat het briefje niet nat zou worden. Waarschijnlijk had hij de vorige blog ook gelezen.

Ik heb het goede voor met mijn buren, hieronder een reflectie hoe goed ik het heb met mijn buren, maar wat beweegt deze buur. Nu heb ik een vermoeden wie het is, op het moment dat ik mijn auto weghaald van een bepaalde plek, zie ik hem met grote vaart naar buiten rennen om zo snel mogelijk de auto op deze plek te zetten.

Uiteindelijk schrijf ik er ook over, dus bij mij wordt ook een snaar geraakt. Had ik dit dan niet moeten schrijven, heb ik een hekel aan mijn buren, heb ik mijn naaste niet lief ?

naastelief3


Zomaar een werkdag

“De intenties zijn goed, maar waar willen wij heen” was een van de opmerkingen die na-gonsde in mijn hoofd. Het feit is dat wij allen ons stinkende best doen om ons werk zo prettig mogelijk te maken. Maar er is een angst, de angst om niet leuk gevonden te worden, de angst om je nek uit te steken, de angst om plat gezegd op je bek te gaan door de ander te zeggen waar het echt op staat.

Iemand vragen waarom hij altijd zo vroeg de deur uitgaat kost mij moeite. Je hebt hem nodig (dat weet hij) en laat dat zo, maar toch …. De projectleider die een exceptie rapport schrijft waarvan ik vind dat het niet op feiten is gebaseerd, blijft gewoon doorgaan waar hij mee bezig is ….

Is het overleven? Bedekken wij met de mantel der liefde, als je dat mag zeggen in een zakelijke relatie, of zijn wij allen wezens die maar doen wat er van je wordt verwacht. Is het niet het beste om in de anonimiteit te leven? Hier en daar wat rapporten op leveren zodat een ander aan de gang blijft en het idee heeft dat jij diegene bent die dat rapport op levert, dus toegevoegde waarde heeft.

De armen gaan omhoog als de opmerking komt om meer thuis te werken, er is een tekort aan  werkplekken. Is dat echt zo of hebben wij de neiging om altijd maar die ene plek vast te houden om toch ergens in het geheel vastigheid te ervaren. (ik heb mijn vaste plek allang opgegeven).

Het vijfde initiatief voor videoconferencing wordt opgestart en het lijkt erop dat ook dit  eindigt in een half opgeleverd product. Gelukkig heeft dan iemand de moed en kracht om te zeggen dat het ergens moet samenkomen, steekt zijn kop boven het maaiveld uit en zegt het te gaan oppakken, eigenaarschap nemen. Van die types moet je er meer hebben.

Wees kritisch op jezelf maar spaar elkaar niet door in je kwetsbaarheid te zeggen waar het op staat, dan ben je pas echt transparent.


Uitvinding van de eeuw

Iedereen is uitgelopen om de uitvinding van de eeuw te bekijken. Of dat nu Charles Wang (CA), Chriet Titulaer,  of Frits Philips is. Jan Sloot heeft een datacompressie bedacht waarbij 16 films op een smartcard kunnen, zo’n card als wij in onze computers doen. We hebben het over eind vorige eeuw. Jan Sloot is een wizzkid die zonder handleidingen feilloos kan aangeven wat het probleem in een elektrisch apparaat is. Na zijn werk bij Philips gaat hij aan de slag in een reparatiewinkel en ontwikkelt op zijn zolderkamer een smartcard met een 1:2.000.000  compressietechniek. Dit blijft niet onopgemerkt, omdat Jan de hang naar geld heeft om het product verder te ontwikkelen, zoekt hij wat kennissen met geld. Met een presentatie (door Jeroen van Inkel) in een loods van de Amsterdamse Droogdok maatschappij, waarbij hij met demonstratiemodel op zijn snufferd valt, start de speurtocht naar geld.

Op een bepaald moment betrekt hij samen met Roel Pieper de ABNAMRO bank. Zij zien er wel brood in, wetende dat dit de uitvinding van de eeuw is, en men is bereid om daar geld in te steken. Ingegeven door prominente bedrijven kon dit niet mislukken. Echter de gezondheid van Jan, hartpatiënt en stevige roker, doet uiteindelijk het project de das om. Het had zo mooi kunnen zijn als Jan niet met zijn product het graf is ingegaan.

Dit is een kleine samenvatting van een boek de Broncode van Eric Smit. Hierin wordt  op een bijzondere manier verslaglegging gedaan van de waarheid rond de Uitvinding van de eeuw. Maar waarom wil men hier geld in steken, waarom is Computer Associates, Philips, maar ook vele Silicon Valley gerenommeerde bedrijven geïnteresseerd in dit product. Het kon immers de hele wereld van dataopslag op zijn kop zetten. Of is Jan onbedoeld overleden. Waar is het demomodel, waarom is de site www.davoc.com na 16 jaar nog in de lucht. Lucht, ja zit hier een luchtje aan. Hebben wij wat gemist?

Na het lezen van dit boek heb ik nog vele vragen. Hoe groot moeten wij de Uitvinding van de eeuw zien. Is er iemand binnen de Philips het naadje van de kous weet, welk geheim hebben wij hier mee te maken en zijn er nog meer van deze uitvindingen die ons leven en stuk mooier zou kunnen maken. Netflix op je smartcard, of de hele boekenverzameling, internet op lichtsnelheid …..


Mensen zijn (net) kuddedieren

Vanuit Amersfoort beweeg ik mij met de auto naar Amstelveen. Meestal is dit over de A1 en afhankelijk van de drukte over de spitsstrook. Dat laatste is een cruciaal dingetje. De keuze om die strook op te gaan is een soort Russisch roulette. Ik heb meestal een stelregel op basis van een matrixbord die een beetje verscholen staat in de berm. Als daarop staat 6 minuten + 3, neem dan maar de spitsstrook.

Afgelopen woensdag ging dit mis. Het bord gaf alleen maar aan 15 min. Iedereen heeft waarschijnlijk dezelfde stelregel als ik, dus hop, voorsorteren naar de spitsstrook. Echter op de doorgaande weg stroomde het langzaam maar gestaag door. Ik stond stil voor de spitsstrook en neem een beslissing om tussen het doorgaande verkeer te kruipen. Goede beslissing, want wat blijkt later. Op de spitsstrook was een rijbaan vanwege aanhoudende regen afgesloten. Het liep dus daar vast in plaats van op de hoofdrijbaan.

Onlangs is de A9 bij afslag Weesp omgelegd. Doorgaande verkeer rechts aanhouden, afslaand verkeer links aanhouden (zie plaatje). Die rijbaan ging van twee naar één rijstrook. Dat is voor de mens zo tegennatuurlijk, het liep daardoor vast. Gelukkig is de linker route weer twee rijbanen, blijft wel dat je voor afslag 2 nog steeds de linker route moet nemen.

Op de A6 richting Lelystad is de weg ook anders ingericht. Doorgaand verkeer naar Groningen links aanhouden echter dit is tweebaansweg die later overgaat in een enkele rijstrook. Wie dit bedacht heeft en natuurlijk ook daar loopt alles vast, en nog steeds. Ook hier begrijpt de normale mens niets van.

Hoe komt dit? Wij rijden en leven zo op de automatische piloot dat onvoorspelbaarheid vaak leidt tot chaos. Of dat nu een snelweg is, de nieuwste versie van Windows of de sleutels die je thuis op jouw plekje neerlegt. En dan zijn we maar met 7 miljard. Tijd voor een nieuwe beleving, wees een keer de eerste of ga achterste voren op een paard zitten. Alleen dan loop je de kans om te leven !!


Hans bedankt

Hij had gelijk, buurman Hans. Terwijl wij naar de stralende lucht keken maakten wij onze plannen om een fietstocht te maken op de Ginkelse hei. Buurman Hans somberde wat, gaf aan dat de middag een bui zal vallen en niet zo’n kleine ook.

De fietsendrager is opgetuigd en vol goede moed en optimisme vertrekken wij naar Ede. Af en toe zien wij een autorijder met zijn lichten aan komend vanaf de Veluwe, maar naar de Ginkelse hei rijdende wordt het alleen maar beter.  De Ginkelse hei is een mooi gebied. Bossen, heide en heuvels wisselen elkaar af. Opeens zien we daar tussen het hoge gras twee reeën staan, wij stoppen en ook vier dames komend uit het westen van het land: “ooooh, die hebben wij ook in de duinen” met een volume, daar schrikken zelfs de reeën van en rennen weg. Wij stappen maar weer op. Bij boerderij Mossel aangekomen even de lunch genuttigd. En ja ook de vier dames parkeren daar hun fiets. Er komt een hond op hen aflopen en één staat boven op haar stoel. Wel de reeën wegjagen, maar bang voor honden.

De lunch was lekker, natuurlijk honger naar meer, maar mogelijk zou het gaan regenen, dus wij wilden verder. De opdracht was om een route van 27 kilometer af te leggen en bij het eind een ‘schat’ te zoeken. Dan moet je wel  de aanwijzingen opvolgen. Gelukkig hadden wij dat pas in de gaten toen wij een kilometer of tien op weg waren. En toen begon het te regenen ….

De regen werd steeds heftiger en over de paden rijdend werd je nat door de opspattende modder. Wij hebben de route afgemaakt en geprobeerd te gokken waar de ‘schat’ zou liggen, echter met twee parameters te kort. Wij waren zo doorweekt dat het zoeken naar de schat is gestaakt.

Thuis gekomen heeft Wilma een douche genomen omdat zij het koud had gekregen. Buurman Hans heeft gelijk gekregen, maar met deze kennis, waarom heeft hij de ochtend alle planten in de tuin water gegeven.


Zonnepanelen, nee bedankt

Het verdienmodel van zonnepanelen wil ik graag ter discussie stellen. In een verantwoorde, zakelijke omgeving merk ik dat een investering rond de zeven jaar energie-besparing-cartoonterugverdientijd moet hebben. Alles wat meer is, loopt meestal in meer dan alleen de papieren. De opbrengst is afhankelijk van de energie die je verbruikt. Eenderde van mijn rekening is stroom, dit komt dat het hele huis is voorzien van energiezuinige apparaten, spaarlampen en led lampen. Wil je veel rendement halen uit zonne-energie dan moet je zoveel mogelijk verbruiken. Dus het aanzetten van elektrische verwarming, inductiekoken, die plug-in hybride auto kopen of gewoon de oven openzetten, zonder er wat in te doen. Doe dit dan wel als de zon schijnt!! De meest energie wordt gebruikt tussen 18.00 en 20.00 uur. In de zomer gaat dat nog, maar in de winter, dan kan je dat allemaal wel aansluiten en openzetten, maar dan hebben wij als verbruikers nog steeds dikkere kabels nodig.

De terugverdientijd bij ons voor het hebben van zonnepanelen is ongeveer 13 jaar. Ga je er vanuit dat er nog wat wisselaars stuk gaan die net buiten de garantie vallen, dan loopt die tijd nog verder op. En toch trappen wij er met ons allen in. Want het verkoopverhaal is goed en als wij het collectief doen helemaal. Zeker met de hang het milieu met de opmerking, “…  ik lever toch aan het netbedrijf … “.

Het geeft een goed gevoel, maar heeft een wrange bijsmaak, als je op zo’n manier omgaat met bezuinigingen in huis.