Archief: 26 oktober 2014

Brief aan buurtbewoner

buurbewoner
Lieve buurtbewoner, mijn excuses dat ik mijn auto voor uw deur heb geparkeerd. Ik begrijp dat een Prius per definitie een auto is die behoort bij een graaicultuur organisatie als de ABNAmro. Ik kan er ook niets aan doen dat ik deze auto heb gekregen omdat er niets anders op voorraad was. Maar het komt goed. Binnenkort is deze wit met ook 14 % bijtelling.

Een bijkomend voordeel is, dat als er auto’s voor de deur staan het lijkt alsof er mensen thuis zijn. Ik ben voorstander om nog meer Bankmensen uit te nodigen om hun auto neer te zetten. Ik werk zoals u al begrepen heeft bij een ‘ander bedrijf’ .

Ik was me niet van bewust dat hier parkeerplaatsen waren met een reservering, in ieder geval heb ik geen bord gezien. U begrijpt waarschijnlijk niet waarom mijn auto voor uw deur staat. Dat heeft u ook niet gevraagd in dit briefje, maar ik wil het best vertellen, onder genot van een kopje koffie of tijdens een van de buurtfeesten. De Woonboot, waar wij al meer dan twintig jaar wonen, heeft een rijke historie van feesten en de saamhorigheid is groot. Vooral tussen de mensen die ieder jaar van de partij zijn. Het verrast me dat ik dan een briefje onder mijn ruitenwisser had, u zou beter moeten weten.

Dit briefje heb ik overigens op een gevaarlijk moment moeten weghalen. Ik ben gestopt in de bocht van de A1 naar de A28 want het papiertje kleefde aan mijn ruit. Dus kijk de volgende keer uit waar u hem plaatst. Misschien is het een goed idee om Gangboord-stickers te maken zodat we weten wie een buurtbewoner is.

Dus als u zich irriteert aan een auto die in het gras staat of voor uw deur, een kliko die er op zaterdag nog staat, een papiertje op het plein of een kat die in je tuin piest, zoek de eigenaar of haal je schouders op. Maar blijf in dialoog met iedereen uiteindelijk voor een betere wereld.

Alfons (86)


Zesjescultuur

Ik heb een getal in de ban gedaan: de Zes. Ik merk keer op keer dat zes, ook wel 6 geschreven, me niet boeit, mij ontwijkt of totaal niet in mij opkomt. Het is begonnen in  de vakantie. Mijn dochter had nog niet haar eerste jaar gehaald en moest nog een aantal punten. Op een berekenende manier gaf zij aan met een aantal vakken wel tot het resultaat te komen. Dus net-wel, net-niet. Tussen hoop en vrees zit je op vakantie druk te maken of ze het haalt of niet.

Tijdens het maken van Sudoku’s merkte ik op een gegeven moment dat een bepaald getal kind van de rekening bleek te zijn. Ik was zo blind gemaakt door het zesjes gedrag van mijn dochter dat ik zelfs in een puzzelboek aversie kreeg tegen dit getal. Zo erg dat ik puzzels niet meer kon afmaken omdat er in mijn brein het getal miste. Hoe krijg ik de zes weer terug of ga ik door het leven zonder de zes. Heb ik dan nog maar negen getallen in mijn leven. Echter hoe moet ik dan mijn huisnummer ontkennen (86) en het kenteken van de auto waar ook een zes in zit.

Het mooie van zo’n stuk schrijven is wel dat het weer gaat doordringen. Het is dus goed om over je frustratie te schrijven om het een plaats te geven, zei de psychiater …

IMG_0024-0.JPG